Om te huilen


We hadden hem
 een hele tijd niet gezien, maar opeens is Pawel er weer. Hij ziet er slecht uit en is ook moeizaam aanspreekbaar. Met zijn pet op en grote rugzak om sjokt hij de huiskamer binnen. Hij drinkt een kop koffie en voor we er erg in hebben verdwijnt hij weer. De een weet te vertellen dat hij zijn ID-kaart kwijt is, de ander dat hij van de week nog door de politie geboeid werd afgevoerd wegens overtreding van het hem opgelegde centrumverbod. Van een kort gesprekje met hem word ik niet veel wijzer over hoe het nou met hem gaat. Hij moet contact opnemen met de Poolse ambassade om een nieuwe ID-kaart aan te vragen, maar hij heeft geen moed om daarvoor een computer bij de bibliotheek op te zoeken.

Als we de volgende dag even een broodje bij de Mac gaan eten (omdat naar huis gaan voor de derde avond op rij geen optie is en de diepvriezer leeg was) komt Pawel aangesjokt. Hij ziet er niet beter uit dan de vorige dag, laat zich neervallen op een stoel en legt zijn hoofd op het tafeltje. Er komt een medewerker aan die hem wil aanspreken en omdat ik bang ben dat hij wordt weggestuurd, sta ik op, sla een arm om hem heen en probeer een gesprekje aan te knopen. Hij barst in huilen uit en brengt niet veel meer herkenbaars uit dan: 'echt kaput', 'nee, nee' en 'weet niet'. Ik bestel wat eten voor hem, haal het op en zet het voor hem neer. Dan kan hij in ieder geval legitiem even blijven zitten. Hij maakt niet veel aanstalten om te eten, maar even later zie ik dat hij toch aan het eten is. Als wij uitgegeten zijn loop ik nog even naar hem toe en laat hem weten dat hij straks nog wel bij ons terecht kan om een beetje bij te komen. We zijn toch tot 22 uur in het gebouw. Hij is niet gekomen.

We zijn de volgende dag net open als Pawel binnenloopt; zijn ogen nauwelijks open, de tranen over zijn wangen. Het is te triest voor woorden dat er geen enkele vorm van opvang is voor hem en lastig om deze man zo in de vernieling te zien. Ja, ik weet het wel, hij moet eigenlijk terug naar Polen, maar daar heeft hij ook niets en niemand. Overnachten in ons gebouw mag niet, maar niemand verbiedt slapen overdag. Ik leg een matras op de grond in een leeg kantoor, Geer haalt een slaapzak en een kussen, maar voor we er erg in hebben gooit Pawel zijn rugzak op het matras, laat zich vallen en slaapt! Geer legt de slaapzak over hem hen, ik haal de rugzak onder zijn hoofd vandaan en schuif het kussen onder zijn hoofd en doe zijn pet af; geen enkele reactie... We staan allebei met de tranen in onze ogen om deze diepe vermoeidheid en wanhoop. We hangen maar een briefje op de deur dat er niet gestoord mag worden.





Reacties

  1. Heel triest dit waar gaat deze wereld heen

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Esther Van Nielen16 oktober 2025 om 01:15

    Wat ben ik blij dat er zo voor Pawel wordt gezorgd
    Fijn dat jullie dit voor hem doen
    Ik ben trots op jullie
    Er zijn voor onze medemens is zo waardevol en een luisterend oor is zo belangrijk

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Mijn hart huilt...

HONGER!!!