Invasie
Dinsdagmiddag gaat mijn mobiele telefoon.... "Hallo Silvia, met Merel!". Het klinkt alsof ik Merel al jarenlang ken maar in mijn geheugen doemt zo snel geen gezicht op. Ook haar naam doet geen lichtje branden. "Goedemiddag, Merel", antwoord ik op zo'n neutraal mogelijke toon die in het midden laat of ik nou wel of niet weet wie ik aan de telefoon heb. "Kan ik morgenmiddag langskomen voor een opdracht voor school?". Bij mij gaat nog steeds geen lampje branden en dat wijt ik dan maar aan mijn leeftijd, dus reageer ik met een "Je moet me even op weg helpen. Wat voor opdracht en voor welke school?".
Merel zit op de Hogelschool voor Journalistiek en inderdaad spreek ik regelmatig studenten die voor de opleiding een interview moeten houden of een video moeten opnemen. Niet altijd zit ik op dit soort 'werkonderbrekingen' te wachten, maar naar mijn idee moet iedereen de gelegenheid krijgen om een vak te leren. Bovendien is het een mooie kans om aan jongeren iets te vertellen over mijn werk, mijn motivatie en de missie van het Leger des Heils. Nog steeds heb ik geen beeld bij Merel, maar ik zal haar ongetwijfeld ergens in de afgelopen maanden gezien hebben.
Of ze voor school een paar vragen mag stellen over het Leger des Heils? En over wat we doen in de buurthuiskamer? Natuurlijk mag dat en op mijn vraag wanneer dat dan zou moeten gebeuren (meestal op vrij korte termijn is mijn ervaring inmiddels) antwoord ze: "Morgenmiddag." Dat is wel op superkorte termijn, dus scan ik in een flits uit mijn hoofd even mijn agenda voor morgen. Morgenochtend een vergadering in Almere, maar in de middag gewoon op locatie met een tot op heden lege agenda. Ik heb mezelf ingepland voor de buurthuiskamer vanwege gebrek aan vrijwilligers die middag. Ze wil om 15 uur komen, dus dat zou moeten kunnen. Meestal is het rond die tijd wel rustig. "Super" zegt Merel "is het goed als ik nog een paar andere studenten meeneem?". Geen probleem, ik ga het wel zien en horen morgen.
Het is nooit zo lastig om te volgen wat er in de straat van de buurthuiskamer gebeurt, want we hebben vier joekels van ramen aan de straatkant van het gebouw. Rond kwart voor drie zie ik een paar jonge mensen voor het gebouw staan, maar er komt nog niemand naar binnen. "Er is een samenzwering gaande aan de overkant" zegt een bezoeker die lekker aan de koffie zit. Als ik naar buiten kijk zie ik dat de paar jongeren zich in no time meerdere malen heeft vermenigvuldigd en even later staat de groep van zeker vijftien mensen in de gang. Ik loods ze naar het achterste deel van de huiskamer. De dame voorop blijkt Merel te zijn, maar het kwartje valt nog steeds niet. Wel meen ik een paar andere gezichten te herkennen.
In een vrij hoog tempo in verband met de beperkte tijd en om de aandacht vast te houden doe ik mijn verhaal om vervolgens bestookt te worden met een spervuur aan vragen. Hoe we ons werk financieren... of we iedereen helpen... of vrijwilligers betaald worden (?)... of je christelijk moet zijn om hier te werken... wat we doen met de kleding die we krijgen... of we als kerk ook de boot hebben gemist... en of we mensen proberen te bekeren? Gelukkig ben ik niet iemand die snel met een mond vol tanden staat. Op de laatste vraag antwoord ik dat ik van mening ben dat ik geen mensen kan bekeren en dat we het hier ook zeker niet de hele dag over God hebben. Maar wel dat ik hoop dat de mensen door mijn, door onze manier van zijn en van werken, iets voelen van de liefde van God die we zelf mogen ervaren in ons leven. Het valt even stil alsof het lijkt dat ze hier even over moeten nadenken. Dan lopen we - op verzoek - even een rondje door het gebouw. De studenten vertrekken weer, achttien handen worden geschud en de laatste dame zegt: "Bijzonder, heel bijzonder.... dank je wel." Ik loop terug naar de huiskamer en in mijn hoofd klinkt een oud Leger des Heils lied 'Ied're kans om te getuigen, grijp ik blij en gretig aan....'

Wat goed
BeantwoordenVerwijderen